Sinds ons laatste bezoek, 2013, aan Noorwegen zijn er een tweetal opmerkelijke veranderingen.  Ten eerste zijn  er veel sani stations, gratis, tot zelfs 220v, maar niet overnachten. Ten tweede, de prijzen zijn met 100 tot 120% omhoog gegaan. Zo ook de ferry's waar we veelvuldig gebruik van maken.

Maar goed, eerst maar van de sani gebruikt gemaakt en richting Trondheim. Ikea biedt de mogelijkheid om op de parkeerplaats achter Ikea te overnachten. Een prima alternatief. Vanuit hier is het een half uurtje op de fiets naar het centrum.
Trondheim heeft zeker voor Petra een speciale betekenis, ze is er 65 jaar geworden, tijdens onze Hurtigruten reis.



Eerste indruk Noorwegen. Bij Ikea ook even iets kopen, dan blut en eerst pinnen in Trondheim, uitzicht over de binnenhaven.

We parkeren onze fietsen ergens in het centrum en gaan lekker wandelen, weer is er goed voor. We halen wat oude herinneringen op. Als eerste gaan we richting Bryggen. De kleurrijke pakhuizen en kaden aan de monding van de Nidelva zijn zeker een bezoek waard. Ze zijn altijd, van oudsher, het middelpunt van handel en nijverheid geweest.
Automatisch eindig je dan op de Gamle Bybro en is één van de trekpleisters van de stad. Ze werd voor het eerst gebouwd in 1681. In de volksmond heet ze Lykkens Portal, de brug van vreugde.



De kleurrijke pakhuizen en Lykkens Portal, de brug van vreugde.

Na een cappuccino met een gouden randje, gaan we de Kristiansten Festning te bezoeken. De vesting werd gebouwd na de stadsbrand van Trondheim in 1681 om de stad te beschermen tegen aanvallen vanuit het oosten. De bouw werd voltooid in 1685. De vesting vervulde zijn doel in 1718 toen Zweedse troepen Trondheim belegerden. De vesting is nu een museum.
Vanuit de vesting loopt er een prachtige wandelroute door de natuur met uitzicht op Trondheim en komen we vlak bij onze fietsen uit.



Kristiansten Festning en als laatste zicht op de Nidaros-kathedraal.

Na twee nachten op de parkeerplaats van Ikea, wordt het tijd om de natuur van Noorwegen in te gaan. We reizen door het land richting de Atlantische weg.
De Atlantische weg, of Atlantic Road, is een 8 kilometer lange weg, die ons letterlijk door de Atlantische oceaan laat rijden. In totaal verbinden 8 bruggen verschillende eilanden  met het Noorse vasteland.
De weg loopt van eiland naar eiland met continu uitzicht op de Atlantische Oceaan. Bijzonder aan de Atlantische weg zijn de scherpe bochten die ons door het ruige landschap leiden. Tijdens het vissen (veel koolvis) heb ik nog zeehonden zien zwemmen.
Bij de Storseisundbrug is een wandelpad aangelegd.



Atlantische weg, wandelpad en kunst op de Storseisundbrug, uitzicht na onze nacht op de Storseisundbrug en onderweg.

Het weer ziet er redelijk uit en we zijn op weg naar het vogeleiland Runde, om eindelijk eens papegaaiduikers te zien. I
n Ierland lukte het ons niet om ze te zien. Daarnaast is het goed wandelen op het eiland.
De weg naar de camping is al een hele beleving. In Schotland kennen we nog de "single track roads", maar hier kennen ze die ook. Vooral de bruggen, zo gebouwd dat je de andere kant kunt zien en zodoende op je tegenligger moet wachten. En vise versa. Zoals gezegd, tussen alle eilanden liggen bruggen, waarvan vele 1 auto breed en soms met een passeerstrook op de top. Dus van brug naar brug, van eiland naar eiland, rijden we naar Runde.
We komen s'ochtends aan bij de camping, en krijgen een prachtige plaats, direct aan en uitzicht op de Atlantische oceaan. s'Middags gelijk de wandelschoenen aan om het eiland te ronden. Een gruwelijk steil pad naar boven dat later overgaat in een modderig paadje tot aan de vuurtoren. Helaas lag het hoogste punt, 300 meter, in de wolken, dus maar terug naar de camping.



De camping en onze plaats, overblijfselen van ?, scholeksters en Willem in de mist (zoals gewoonlijk)

De volgende dag hebben we overdag niet gewandeld, maar zijn we om 18:00 uur naar de zuidkant van het eiland gegaan om de papegaaiduikers te spotten. We hadden gedacht de vogeltjes goed te kunnen fotograferen, maar dat viel tegen. Heel veel papegaaiduikers, maar ook veel alken. Zo snel, zo klein.
Geen succes, maar een open optie, de volgende dag met de boot het zuidelijk eiland bekijken. Een ware belevenis.
Wel onderweg naar de zuidkant wat andere vogels gespot, zoals de Grote Jager en Zeearenden. Op zich al een beleving.



Op weg naar de zuidkant van Runde, flora, de Zeearend en de Grote Jager

Boottocht langs de rotsen. (Zelfs Petra ging mee, poeh, wat een klein bootje op grote golven)

Bij de receptie van Goksöyr Camping vraag je naar Knut, hij kan altijd wel een plek regelen voor je op de "Aquila". De schipper, Johan Moltu, woont op Runde en is een ervaren zeeman die het eiland en de vogels op zijn duimpje kent.
Een absolute "must" bij een bezoek aan Runde is een boottocht rondom het eiland! Zo kun je pas echt goed de vogelrotsen zien! Van bovenaf zie je slechts het bovenste deel erg goed, het onderste gedeelte blijft verborgen, waardoor de daar broedende vogels aan je aandacht ontsnappen. Omdat de vogels per soort boven elkaar broeden, zie je bepaalde soorten daardoor eigenlijk alleen vanaf de boot! Bovendien is een tocht in een open vissersbootje een hele belevenis, met een stuurman die alle rotsen kent, en overal tussendoor durft te varen.

Tijdens onze vaart krijgen we veel alken, zeekoeten, zeearenden, papegaaiduikers, drieteen meeuwen, Jan van Genten en aalscholvers te zien. Misschien vergeet ik er nog wel een paar.




De Aquila van Johan Moltu, oud leraar. Aalscholver, Jan van Gent, papegaaiduiker (klein hoor), alken en drieteen meeuwen.

Ooit hebben we Jostedalbreen (Nygardsbreen) bezocht. Vlakbij de gletsjers is een oubollige camping waar een oude dametje (volgens ons al zo'n 80 jaar) de scepter zwaait. Toen was ze er en nu nog steeds. Alleen Noors spreekt ze. We zijn heel benieuwd hoeveel kleiner de gletsjer is geworden.

Jostedalsbreen is het grootste gebied (zelfs het grootste op het Europese vasteland) met een oppervlakte van 487 m². Het ligt in het gebied tussen het Sognefjord en de Nordfjord. De bekendste gletsjertongen zijn de Nygardsbreen en de Briksdalbreen.

De Jostedalbreen is geen overblijver uit de laatste ijstijd. Tussen 6000 en 9000 jaar geleden was hij volledig gesmolten. Sedertdien bouwde hij zich geleidelijk aan weer op. Het hoogste punt van de gletsjer ligt op 1956 meter, het laagste punt ligt op amper 60 meter boven de zeespiegel. Het totale volume van de Jostedalbreen bedraagt 73 km³. Hij bevat voldoende water om de waterconsumptie van Noorwegen gedurende 100 jaar te garanderen.

Het eerste stuk is een flinke wandeling (hadden ook de fiets kunnen nemen) en bij de parkeerplaats nemen we het bootje die ons (net als toen) tot bijna onder de gletsjer brengt. Nu moeten we nog een flink stuk lopen en hebben we niet gedaan om de laatste boot terug weer te kunnen nemen.



Nygardsbreen, met het bootje, het bewijs dat we er waren en s'morgens nog even naar het bezoekers centrum.

Om even de fjorden en tunnels achter ons te laten en in het koude te blijven, besluiten we de sneeuwweg te nemen.
De bergweg tussen Aurland en Lærdal is normaal gesproken geopend van 1 juni tot ongeveer 15 oktober.

De indrukken zijn geweldig en de contrasten tussen het fjord en het hooggebergte, waar sneeuw het grootste deel van het jaar op de grond ligt, zijn overtuigend.
De weg werd geopend in 1967 en de voorloper ervan was een toegangsweg voor de bouw. De weg loopt van Lærdalsøyri naar Aurlandsvangen over de bergen en het hoogste punt is 1306 meter boven de zeespiegel. Zoals gezegd, de weg is in de winter afgesloten en de sneeuw ligt de hele zomer op de berg, dus de naam "de sneeuwweg" is echt gepast.
Om elke bocht is het weer een verrassing wat we zullen zien en we kunnen er geen genoeg van krijgen. Vele uitstapjes en genieten van de prachtige vergezichten, sneeuwpartijen en ook nog de sneeuwmuren waar we doorrijden.



De bergweg tussen Aurland en Lærdal.

We zijn op weg naar
Flåm om de Flåmsbana.

En als we Flåm bezoeken dan kunnen we er gewoon niet om heen om één van de populairste excursies in Noorwegen, een treinrit over de Flåmsbana,  te nemen. De Flåmsbana voert van het toeristische fjorddorp Flåm naar het hoger gelegen Myrdal. In Flåm meren ook dagelijks cruiseschepen aan, dus best wel druk, heel toeristisch en dus heel duur.
De rit voert langs 20 tunnels met een totale lengte van 6 kilometer. 18 van deze tunnels werden door arbeiders uitgegraven en het is dus ook geen wonder dat men er 20 jaar over deed om Noorwegens bekendste traject aan te leggen.

Voor velen is de Flåmsbana in Noorwegen één van de mooiste treinritten in Europa. Het is namelijk één van de steilste spoorlijnen ter wereld: het traject gaat over een lengte van 20 km maar liefst 865,5 meter de hoogte in. De natuur langs het spoor is verbluffend mooi: steile rotswanden, groene bergen, watervallen en diepe dalen.

We komen direct vanuit Flåm uit in Flåmsdalen, een prachtige vallei tussen Hareina en Dalsbotn. De rivier de Flåmselvi baant zich een weg door het groene dal. In Hareina heb je zicht op de eeuwenoude kerk van Flåm (1667).

De imposante Kjosfossen, op 669 meter hoogte,  dondert met veel gebulder over de rotsen. De trein uit Flåm stopt bij deze waterval. Na enige tijd weergalmt er mystieke muziek over het station en verschijnen twee roodgeklede nimfen op het toneel. Deze dansen naast de waterval.

Myrdal is het eindstation en is ook een station aan de Bergen Lijn, wat betekent dat de Flåmsbana verbinding maakt met de treinen die tussen Bergen en Oslo rijden. Vanuit Myrdal reizen we weer terug naar Flåm.



Flåmsbana. In de trein, Flåmsdalen, de enige plaats om te passeren, Kjosfossen, één van de nimfen bij Kjosfossen en deze heeft ze wel verdiend (gelijk haar pensioen op).

Vikingdorp Njardarheimr.

Een authentiek Vikingdorp met "echte" Vikingen (Bij binnenkomst was een echte Viking een Nederlander)!

Tijdens het Vikingtijdperk was Gudvangen een belangrijke handelsplaats. Gudvangen, bij Nærøyfjord, staat bekend als "de plaats van de goden." Nærøyfjord is gewijd aan Njord, de god van handel en zeilen.

In het Vikingdorp Njardarheimr ervaren we als een authentiek dorp dat laat zien hoe de Vikingen 1000 jaar geleden leefden, toen Gudvangen zijn naam kreeg. Dit zijn geen acteurs in kostuums, maar 'echte' Vikingen van alle leeftijden, die het Vikingtijdperk als levensstijl aannemen. Ze kennen hun geschiedenis en hebben unieke kennis over het leven van de Viking, en die delen ze graag met je. Ze zijn ontzettend aardig.

Het eten in het kamp wordt bereid met traditionele recepten en met ingrediënten die beschikbaar waren in het Vikingtijdperk. Helaas was het restaurant dicht, te weinig mensen. Artikelen die te koop zijn, zijn handgemaakt en echt. De smid liet ons de sieraden zien die hij maakte. Een hangertje van metaal was wel leuk, maar niet voor 30€.

Het Vikingdorp is een plaats voor leuke activiteiten.  We hebben kunnen boogschieten, bijl werpen en de mogelijkheid om vingerhaken te leren..
We hebben in Noorwegen mooiere en interessantere Viking musea gezien.



Het Vikingdorp

Na het Vikingdorp zijn we op weg naar Stavanger. We nemen zoveel mogelijk lokale wegen en komen regelmatig langs verrassende bezienswaardigheden. Natuurlijk is er ook tijd voor het vissen, want we komen aan het begin van de fjorden en daar zijn veel makreel, koolvis en andere lekkernijen. Mijn nieuwe lijntje (advies van een lokale visser) was voor de vissen te aanlokkelijk.
De route door het Suldal was echt prachtig en we kwamen uit bij een GOP aan een waterval, en daarbij nog een zalmladder.

Als laatste stop voor Stavanger staan we aan de haven in Tau, vlakbij de ferry naar en van Stavanger. We reizen door naar de Preikestolen  camping om de wandeling naar de Preikestolen te maken.



Uitzicht op fjord met cruise schip op weg naar
Flåm, trollen, watervallen en wat flora.

Eindelijk gaan we het beleven, de
Preikestolen (Preekstoel). Het enige wat we graag willen is droog en half bewolkt weer. Nou dat hebben we die dag gehad.
Vanuit Tau zijn we s-morgens naar de Preikestolen camping gereden en de shuttle bus genomen naar het begin van de 2.5 uur durende klim naar de Preikestolen.

Een stukje geschiedenis.

Tussen Stavanger en Bergen liggen vele fjorden. De één breed, groen en zacht glooiend, de ander met behoorlijk steil omhooglopende rotswanden. Overeenkomst tussen al deze verschillende fjorden is dat overal de indrukwekkende natuur centraal staat. Watervallen, gletsjers, ravijnen. Daar maken de Noren wel goed gebruik van, denk maar aan water krachtcentrales. Eén ervan is de Lysefjord.

De Lysefjord is heel populair voornamelijk vanwege de wandeling naar de Preikestolen. Niet alleen de wandeling (klim partijen) is de moeite waard, de uitzichtpunten op de route zijn prachtig, soms adembenemend. We denken dat dit wel het hoogtepunt van onze reis is.

Het platte rotsplateau, dat als een Preikestolen  boven de fjord hangt, heeft een aantrekkingskracht op bezoekers van alle leeftijden en uit alle landen. Nou we hebben ze allemaal gezien. Er zijn geen wegen en er is geen lift. Wil je Preikestolen zien, zul je daar heel wat moeite voor moeten doen. Maar het uitzicht dat op je wacht na de pittige wandeling over rotspaden, maakt dat we de klim niet snel zullen vergeten.

Eenmaal op de Preikestolen, kunnen we ons voorstellen dat veel mensen de rillingen krijgen van het idee alleen al om over de rand te kijken.
Ik kon niet geloven dat er mensen zijn die op de top durven zitten met hun benen loshangend in de lucht 604 meter boven de fjord. Maar als je daar bent, dan moet je het gewoon doen, je wordt erdoor aangetrokken. Willem tenminste, Petra voor geen goud.

Als je bang bent van de kloof in de rots, kunnen de geologen je gerust stellen. De kans dat Preikestolen de komende duizend jaar instort en in de fjord valt, is minimaal. Het gewicht van honderden toeristen op de rots vormt absoluut geen risico; dit kun je vergelijken met een veertje op de rug van een olifant.



De Preikestolen. Onderweg, even bijtanken, niet alleen klimmen, soulmate Carol uit Australia, één van de vele uitzichten én de Preikestolen.

Na dit avontuur, pijn in de kuiten, gaan we terug naar Tau en blijven nog een nachtje in de haven staan. s-Middags nemen we de ferry naar Stavanger.
Er is best wat te zien in Stavanger en het is goed om na de Preikestolen de benen weer wat te gebruiken.
Uiteraard moet Petra eerst op zoek naar het Information Center voor een plattegrondje en vinden die aan het eind van een kade waar 4 giga Italiaanse cruise schepen liggen aangemeerd.

Vanuit hier lopen we het oude gedeelte in. Het goed bewaard gebleven historische centrum van de stad wordt Gamle Stavanger genoemd. Hier zien we de wereldberoemde witte, houten huisjes. Bijna 200 huisjes uit de 18e eeuw zijn hier tijdens een "regenachtige" wandeling over de stenen straatjes te bewonderen.

Er zijn een aantal musea. Je kunt op deze manier kennis maken met het leven in en de geschiedenis van de stad. Zoals het Stavanger museum, het Archeologisch museum en het Oliemuseum. We hadden allebei, ook gezien de tijd, geen zin om een museum in te lopen. Een volgende keer, want het zal zeker de moeite waard zijn.

Wel zijn we nog Øvre Holmegate ingelopen. Dit is de kleurrijkste straat van Noorwegen. De huizen aan Øvre Holmegate zijn geschilderd in allerlei zachte kleuren. Ook hier, het was zeer regenachtig, dus veel plezier hebben we er niet aan beleefd.

Maar we gaan Stavanger zeker onder betere omstandigheden opnieuw een bezoek brengen.



Stavanger. Aankomst met ferry, naar Gamble Stavanger, enorme cruise schepen en Øvre Holmegate.

Via Bryne, waar we bij een camper handelaar hebben overnacht, reizen we verder langs de kust naar Varhaus. Hier staan we , hoe kan het ook anders, met medelanders. Het is een heerlijke plek met uitzicht op de Noordzee. Hoe anders is zo'n overnachtingsplaats dan in Nederland, schoon en een brandschoon toilet. Via Egersund trekken we nog een keer het land in, richting Tonstad. Vanuit Tonstad weer terug naar de kust, Flekkefjord.
In de fjord nog een behoorlijke kabeljauw gevangen, s-avonds gefileerd en de volgende dag na ons bezoek aan de Hollandse wijk in Flekkefjord, de kabeljauw filet lekker gebakken. Een frisse salade erbij en Petra's gebakken aardappeltjes, perfect.
 



Mooie fauna, lieftallige dame van de vuurtoren, kunstproject (wachten op de zomer), gereedschap om zware keien te verplaatsen en Hollandse buurt.

Vanuit Flekkefjord zijn we even terug gereden om een prachtige wandeling te maken in het Magma Geopark.

Het Magma Geopark is uitgestrekt gebied in het zuid westen van Noorwegen. Het gebied is ongeveer 2300km2 groot en kent een erg uniek landschap/geologie met een bijzonder cultureel erfgoed. Van Lund tot aan Egersund en van Sokndal tot aan Flekkefjord vind je prachtige rotsformaties die zich omringen met meertjes. De reflecties die je in het stille water kunt zien worden haast werkelijkheid. Een landschap om bij weg te dromen!
Het verhaal van dit unieke landschap begon ongeveer 1,5 biljoen jaren geleden. De rode magma en enorm hoge bergen waren in die tijd kenmerkend voor deze regio. Na miljoenen jaren hebben gletsjers uiteindelijk geholpen om dit unieke landschap te creëren zoals het er vandaag de dag is. Hoewel de magma is afgekoeld en gestold en de hoge bergentoppen zijn weggesleten, geeft deze plek in Noorwegen je een kijkje in de wortels van de oude bergketen (miljoenen jaren geleden). In het gebied van het Magma Geopark kun je zelfs een erg bijzondere rots soort vinden, genaamd anorthosiet, die meer op de maan dan op de aarde te vinden is. Je zou helemaal naar de maan moeten afreizen als je ongeveer dezelfde geologie terug zou willen vinden.

Je kunt een 'wandeling' maken tot beneden aan de zee, hoogteverschil: 15 meter. Petra is terug gegaan, heel heftig. Op de klim naar beneden, heb je te maken met haken en metalen kabeltouwen. Naar beden was heel zwaar, naar boven was eigenlijk een makkie. Wel 2 dagen spierpijn gehad.



Magma Geopark. Petra fris op weg en zwaaiend terug. Alleen nog klimgeiten. De bekende kloof en de klim naar beneden.

Nog één bezienswaardigheid en dat is het meest zuidelijke puntje (land) van Noorwegen, Lindesnes Fyr.

We hebben tot de avond gewacht want dan is de vuuroren op zijn mooist met de ondergaande zon. Het is hier een waar museum, die bij elkaar zo'n uur in beslag neemt. Rondom de vuurtoren zie je grote ronde gaten waar het afweergeschut in stond, overblijfselen van WOII. De Duitsers hebben hier loopgraven aangelegd, zeg maar in het graniet gehakt. Alles is nog intact en je kunt als het ware van het ene kant van de vuurtoren naar de andere kant lopen, zonder gezien te worden. 
Naast de nu moderne vuurtoren, staat er ook nog de vuurkorf, toen met hout gestookt en de op kolen brandende vuurtoren.



Lindesnes Fyr.
De GOP, de houtkorf, de kolenstookplaats en de vuurtoren, Petra in één van de ronde gaten , zonsondergang en uitzicht uit de bunker.

Na deze inspanningen hebben we het verder rustig aan gedaan, kleine stukjes gereden. In Mandal hadden we een mooie plek net achter het informatie center en konden we zo het stadje inlopen. s-Avonds was er nog een jazz avond. De volgende dag langs de kust naar Kristiansand gereden. Aangezien we in Noorwegen nog niet uit eten zijn geweest, hebben we dit toch maar eens gedaan. In de vissersbuurt. Nou zoals we al dachten, stevig aan de prijs en weinig te eten. Maar het was wel lekker. Het hoofdgerecht is bij ons een voorgerecht en de wijn, wel een goede rosé (een fles), was duurder dan 2 'diners'.

 

Mandal.

Op naar Denemarken.